Dyslexieweb

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

Wat is dyslexie?

E-mailadres Afdrukken PDF

 

Wat is dyslexie? Dat zoeken we op! Van Dale zegt het volgende:

VanDale over Dyslexie

 

Of dyslexie hetzelfde is als woordblindheid, valt te betwisten (zie kopje ‘dyslexie of woordblind?’), maar moeite met lezen, schrijven en spellen omvat wel de kern. Dyslectische mensen nemen nieuwe informatie (klanken, woorden, tekst) langzamer in zich op dan andere mensen. Lezen gaat traag, voorlezen gaat stotterend… Er moet teveel informatie worden verwerkt in de hersenen, wat tot problemen leidt. Dyslexie is een verzamelnaam voor kinderen met ernstige problemen met lezen en spellen.

Waar dyslexie precies vandaan komt, kun je bij ‘de oorzaak van dyslexie’ lezen.

Bekende symptomen

Dyslexie is een aangeboren iets. De eerste kenmerken zijn vaak al van baby af aan duidelijk. Daarom onderstaand overzicht, met mogelijke symptomen in iedere fase van de ontwikkeling. Let op: sommige symptomen die zich op jonge leeftijd voordoen blijven verder van toepassing, zoals het moeizaam lezen etc, maar deze worden niet herhaald. Ook hoef je niet aan alle symptomen te voldoen om dyslexie te hebben, dus niet het hele rijtje hoeft herkenbaar te zijn.

(c) Dyslexieweb

Voor school

  • Erfelijkheid speelt een grote rol: als 1 ouder dyslexie heeft, heeft het kind 40-50% kans om ook dyslexie te hebben. Bij twee ouders met dyslexie is de kans 80%. Als er nergens in de familie dyslexie zit (dus ook opa’s, oma’s, ooms of tantes) is de kans erg klein dat het kind wel dyslexie heeft.
  • Het kind is later in de ontwikkeling met kruipen en lopen.
  • Later beginnen met praten.
  • Spraakontwikkeling gaat trager dan leeftijdsgenootjes.
  • Zowel de grove als de fijne motoriek blijven achter ten opzichte van leeftijdsgenootjes: dit blijft bij veel dyslectische kinderen hun hele leven minder secuur dan niet-dyslectische mensen.
  • Moeite met het correct vasthouden en omgaan van bestek.
  • Knutselen gaat erg slordig: veel moeite om bijvoorbeeld recht over een getekende lijn te knippen.

Begin basisschool

  • Minder secuur en slordiger werken bij knutselen, knippen en plakken
  • Moeite met het schrijven van de eigen naam
  • Veel kinderen met dyslexie zijn een ster in het schrijven van ‘spiegelschrift’: een omgedraaide S, de letter N met een verkeerde diagonale balk etc.

 

Groep 3 & verdere basisschool

Problemen met schrijven:

 

  • Slechte beheersing alfabet (a, b, c, …. eh?)
  • Duur lang voor een letter wordt herkend
  • Slecht leesbaar handschrift
  • Moeilijk omgaan met pennen, vooral schrijven met vulpen is een drama
  • Ondanks eindeloze oefeningen toch slechte score bij dictees
  • Blijven schrijven in spiegelschrift
  • Omdraaien klanken: b en d, 6 en 9, q en p etc
  • Spelfouten maken tijdens het overschrijven (‘fis’ in plaats van ‘vis’)

 

Problemen met lezen:

  • Achterblijven op klasgenoten.
  • Snel moe na het lezen.
  • Weinig concentratie bij het lezen.
  • Zelfde tekst steeds opnieuw lezen.
  • Lettertjes dansen/wiebelen.
  • Hoofdpijn.
  • Vage oogklachten die een opticien niet echt kan bevestigen (kinderen krijgen soms ‘hoofdpijnbrilletjes’ met een sterkte van bv. -0.25).
  • Last van fel licht bij het lezen.
  • Voorlezen gaat hakkelend en stotterend.
  • Na het voorlezen geen idéé wat ze nu eigenlijk gelezen hebben.
  • Slechte herkenning klanken (eu en ui, oe en ou etc).
  • Door elkaar halen als ‘dorp’ en ‘drop’
  • Links en rechts niet uit elkaar kunnen houden.
  • Moeite met analoge klok leren kijken (met wijzers).
  • Moeite met tafels leren, en andere logische reeksen.
  • Niet kunnen volgen ondertiteling op tv, gaat veel te snel.
  • Erg onzeker over prestaties, laag zelfbeeld, denken dat ze dom zijn.
  • Blijven zitten (jaar over moeten doen).
  • Bij gym onhandig door slechte motoriek: bang voor bal, slecht evenwicht.

 

Middelbare school

  • Extra veel tijd kwijt aan huiswerk.
  • Grote problemen bij het leren van andere talen: Nederlandse grammatica is vaak nog een raadsel, dus Duitse naamvallen gaan helemaal niet lukken.
  • Slechte prestaties bij presentaties, speekbeurten, werkstukken en opstellen.
  • Boekverslagen zijn een verschrikking: het lezen van het boek is al niet eenvoudig, maar om daarna ook nog helder samen te vatten en uit te leggen wat er gelezen is is een enorme opgave.
  • Soms uitblinken bij creatieve vakken als handvaardigheid en tekenen.
  • Liever met de handen willen werken dan met het hoofd.


Volwassenen

  • Moeite met het herkennen van verkeersborden.
  • Slecht ruimtelijk inzicht.
  • Slecht richtingsgevoel.
  • Eigen handschrift niet kunnen lezen.
  • Veel volwassenen met dyslexie kiezen voor praktische beroepen.

 

Positieve kanten van dyslexie

(c) Dyslexieweb

Dyslectische mensen hebben niet alleen hinder van hun dyslexie. Veelal zijn ook deze (een of meerdere) positieve kenmerken op dyslectische mensen van toepassing:

  • Goed in overzicht bewaren. Ze blijven niet hangen op details, maar hechten juist aan het totaalplaatje in hun hoofd.
  • Ze nemen informatie veel beter op. Veel mensen die heel snel kunnen leren, zullen de feiten ook weer snel vergeten. Als iemand met dyslexie zich nieuwe kennis eigen heeft gemaakt, blijft deze ook veel beter hangen!
  • Vaak hebben dyslectici een talent dat niet met taal te maken heeft, zoals: goede beelddenkers, kunnen heel goed logisch denken, zijn zeer praktisch ingesteld, creatieve denkers en kunnen goud creeëren met hun handen.


Herkennen van dyslexie

Hoewel bovenstaande symptomen voor veel dyslectische mensen zeer herkenbaar zijn, gebeurt het toch nog vaak dat dyslexie erg laat ontdekt en benoemd wordt.

Het is belangrijk om dyslexie op jonge leeftijd te herkennen: hoe eerder er rekening kan worden gehouden met de dyslexie, hoe eerder er een goede basis aangelegd kan worden bij een kind en hoe minder problemen hij of zij hoeft te hebben met het meekomen in de klas.

Bij allochtone kinderen met een andere moedertaal kan het nog ingewikkelder zijn dyslexie te herkennen. Kinderen die thuis de moedertaal spreken en weinig Nederlands hebben ontwikkeld of die op latere leeftijd naar Nederland gekomen zijn, hebben vaak een enorme taalachterstand. Het is dan extra lastig om het verschil te maken tussen taalachterstand en dyslexie.

Als ouder van een kind met een andere moedertaal (die u zelf ook spreekt) kun je alert zijn op typische dyslexie-fouten in de moedertaal (klanken door elkaar halen, hakkelen bij het lezen, omdraaien letters). Docenten van deze meertalige kinderen moeten zowel inzicht hebben in de beheersing van de moedertaal als de beheersing van de Nederlandse taal om een conclusie te kunnen trekken over het hebben van dyslexie. Bij vermoedens van dyslexie is het altijd verstandig om contact op te nemen met de schoolbegeleidingsdienst.